13.

Posted on 29 mei 2012

0


Nadat zijn vrouw hem heeft verlaten voor een veelbelovend filmregisseur in spe, krijgt de schrijver Oskar van de Wyngaert geen letter meer op papier. Hij zit meer in de kroeg dan achter zijn schrijftafel.

Op zoek naar de broodnodige inspiratie vindt Oskar zichzelf opnieuw uit en ontpopt zich vervolgens tot een onverbiddelijke vrouwenmagneet.
Maar wanneer hij in een callgirl zijn nieuwe muze vermoedt en zich voor haar én de schrijfkunst in een crimineel milieu stort, brengt de eigenzinnige kunstenares Lou hem dusdanig van de wijs dat hij zich genoodzaakt ziet een dubbelleven te beginnen.

Terwijl zijn roman eindelijk vorm begint te krijgen, verliest Oskar langzaam maar zeker de realiteit uit het oog en lijkt een catastrofe onafwendbaar.

Opnieuw keek hij in de spiegel en bleef zichzelf deze keer recht in de ogen kijken. Er moest daar toch ergens nog een sprankje branie en geestdrift te bespeuren zijn van de persoon die hij ooit dacht geweest te zijn?

‘Dag Oskar,’ zei hij tegen zijn spiegelbeeld zonder zijn ogen een moment los te laten van die in de spiegel. ‘Hoe gaat het jongen?’

Nauwlettend hield hij zijn blik in de gaten en dat hield hij zeker een minuut vol. Tot de dofheid die naar hem terugstaarde hem teveel werd en zijn innerlijk opnieuw begon te borrelen, deze keer vergezeld van een plotse, hevige kramp in zijn onderbuik.

‘Godverdomme,’ zei hij tegen zichzelf. ‘Eerst schijten. Al die onzin.’ ”

Linkeroever Uitgevers (2011)

Bestellen

Advertisements
Posted in: Publicaties