Het uur van de weerwolf

Posted on 28 mei 2013

1


Het is niet gezegd dat ware liefde werkelijk bestaat. En zelfs als het zo is, is het niet gezegd dat er een ware liefde op ieder van ons wacht. Ook al wachten we er allemaal op.

Het zou dus zomaar kunnen dat er voor sommigen wel honderd in de rij staan aan te schuiven terwijl anderen er geen enkele zullen vinden, ooit. Toch blijven we geduldig wachten en leren we, in het beste geval, onszelf lief te hebben ondertussen. Of te haten. Of geen van beiden. Sommigen storten zich dan weer vol overgave in seks, bij gebrek aan enige liefde. Of omdat ze er juist van overlopen. Wie zal het zeggen? Ik durf er alvast geen uitspraken over te doen want mijn ding is het nooit echt geweest. Een overschot aan vleselijkheid gecombineerd met een schrijnend tekort aan liefde? Ik word er eerder treurig van en lees dan liever een boek of zo.

Laatst deed zich nog zo’n troosteloos moment voor. Het was volle maan en ook eindelijk warm genoeg om ’s avonds op een terras te blijven hangen. Dat kan tellen na een ellenlange winter die zelfs de lente grotendeels wist te versjteren. Om kwart voor twaalf meldde ik mijn gezelschap dat ik er maar eens vandoor moest. Voor de klok twaalf zou slaan en er gekke dingen zouden gebeuren, je weet maar nooit met die maan.

Maar bij het afscheid nemen treuzelde ik te lang en voor ik het wist, sloeg het uur van de weerwolf. Die openbaarde zich in de gedaante van een grote, donker bebaarde kerel die ik vaag ken. In feite geen misse gast, jammer dat hij altijd straalbezopen is. O ja, en dat hij een poging tot copuleren doet bij ongeveer elke vrouw die zijn pad kruist. Op de een of andere manier bederft dat bij mij terstond iedere latente appetijt. Volgens de legende beperkt deze meneer zich trouwens niet eens tot een enkele verovering per dag en heb ik van horen zeggen dat er avonden zijn waarop de vrouwen elkaar in ras tempo aflossen aan de toog waar hij kantoor houdt. Niet dat ik verder zozeer in sprookjes geloof, maar een klein beetje magie mag er toch best bewaard blijven, naar mijn bescheiden mening. Ik betwijfel dan ook of eerder genoemde escapades veel met zelfliefde of wat voor liefde dan ook te maken hebben. Ware liefde lijkt het mij in geen geval.

Soit, terwijl het meisje, op wie hij luttele seconden daarvoor nog zijn avances had losgelaten, met haar fiets gezwind om de hoek verdween (zij had blijkbaar beter op haar horloge gekeken dan ik), deelde baardmans mij voor de vuist weg mede dat hij zich bij mij zou voegen voor de nakende nacht. Zonder verdere introductie in de vorm van een onderhoudend gesprekje en met de volle maan gratis inbegrepen. Om niet meteen in affronten te vallen, schoot ik eerst in de lach en verklaarde hem vervolgens ter plekke voor gek. Dat gezegd zijnde dacht ik eindelijk naar huis te kunnen trekken. Ik had me namelijk al de hele dag verheugd op mijn knapperig donsdeken en het boek dat dringend moest uitgelezen.

Jammer genoeg vond Grizzly Adams dat hij het daar niet bij kon laten en volgde er een gênante vertoning waarbij het gehele terras getuige was van een beschonken smeekbede. Vergezeld van de uitvoerige beschrijving van hoe hij, als een grote beer, in staat zou zijn mij van top tot teen dood te knuffelen. “Je weet echt niet wat je mist,” besloot hij met dikke tong en loensende blik. “En dan kun je er daarna een stukje over schrijven,” voegde hij er overmoedig aan toe, wat evenwel onverbiddelijk leidde tot de finale doodsteek van onze kortstondige tête-à-tête.

“Goh,” zei ik quasi bedachtzaam. “Dat klinkt nu echt enorm verleidelijk, maar ik vrees dat ik toch maar niet doodgeknuffeld wil worden vannacht.” Gevolgd door een minder bedachtzaam: “En ik geloof niet dat ik jou nodig heb om een stukje te schrijven maar toch bedankt.”

Wijselijk wachtte ik nog tot ook hij op zijn fiets de hoek om was geslalomd. Daarna kon ik eindelijk naar mijn donsdeken en mijn boek.

photo

Advertisements
Posted in: Columns